zoek op deze site
English Deutsch Fran├žais

Raadhuis Graft

In een aantal dorpen in het hart van Noord-Holland, zoals Jisp, De Rijp, Graft en Grootschermer, staan opmerkelijke 17de-eeuwse raadhuizen, die in hun bouw en versiering veel overeenkomensten vertonen. Deze raadhuizen zijn gebouwd in een periode van grote welvaart en werden niet alleen gebruikt als vergaderruimte voor het dorpsbestuur, maar dienden ook om het dorp en het dorpsbestuur meer aanzien te geven.

Hollandse Renaissance

Het raadhuis is door een onbekende bouwmeester in de zgn. Hollandse Renaissancestijl gebouwd. Kenmerkend hiervoor zijn het gecombineerde gebruik van baksteen en natuursteen, de uitbundige versiering met decoratief metselwerk, blokjes zandsteen, gevelstenen en gebeeldhouwde figuren. Het raadhuis werd oorspronkelijk gebruikt voor vergaderingen en rechtspraak, niet als werkruimte. Pas in de Franse tijd krijgen de gemeentebesturen in Nederland meer functies en meer ambtenaren en wordt het raadhuis opgesplitst in kleinere werkruimten.

De verarming van Graft in de 19de eeuw had een verwaarlozing van het gebouw tot gevolg. Rond 1900 was de topgevel aan de straatkant verdwenen, waren de benedenramen dichtgemetseld en leek sloop niet veraf (zie afbeelding). Gelukkig keerde het tij en kon het raadhuis in 1909/1910 door architect J.F.L. Frowein zorgvuldig worden gerestaureerd. In 1928/1929 werd het gebouw opnieuw onder handen genomen; bij deze restauratie werden de ingerotte balkeinden en sleutelstukken vervangen.


Het interieur

In de hal herinnert een gedenksteen aan de restauratie onder leiding van Frowein. In de beneden ruimte, onder meer gebruikt door de gemeentebode, valt een stookplaats op met daarboven een zgn. netgewelfje. Samen met de daarvoor geplaatste dwarsbalk (de zgn. raveling of raveelbalk) ondersteunt dit de stookplaats op de eerste verdieping. Op een weinig opvallende plaats tussen de balken zit een opbergplaats.

Op de bovenverdieping bevindt zich de raadzaal met de publieke tribune. De 17de-eeuwse bolpoottafel is origineel; de betimmering en het overig meubilair zijn door Frowein zorgvuldig en met goede smaak naar oude voorbeelden gereconstrueerd. De zware houten stijlen in de muur (vooral goed zichtbaar in het halletje bij de trap) laten zien, dat deze verdieping een mengvorm is van een houten en een stenen bouwwijze. Deze mengvorm is gekozen om het gebouw niet onnodig zwaar te maken.


Terwijl woon- pakhuizen van hout werden gebouwd, werd het raadhuis net als de kerk uitgevoerd in steen en uitbundig versierd. Het raadhuis stond vaak naast de kerk: een centrale plaats, die ook duidelijk maakte dat geestelijk en wereldlijk gezag elkaar aanvulden.


De buitenkant van het raadhuis

De karakteristieke combinatie van baksteen met versieringen van natuursteen is reeds genoemd. Opvallend zijn de drie topgevels; deze worden van de ondergevels gescheiden door in siermetselwerk uitgevoerde friezen. Bij de west- en zuidgevel zijn deze friezen door leeuwenkopjes afgesloten.

Bovenop de topgevels staan schilddragende leeuwen met het wapen van de toen regerende stadhouder, Prins Maurits. Op de trappen van de westgevel staan beelden van Justitia (gerechtigheid) en Prudentia (voorzichtigheid). Zij waren een kenmerk voor een goed bestuur. Wat lager in de westgevel zien we een gevelsteen; volgens de overlevering stelt deze Prins Maurits voor. Opvallend zijn de gevleugelde engelenkopjes boven de ramen; zulke kopjes werden eerder toegepast door de Amsterdamse bouwmeester Hendrick de Keyser.